
Edenaar treft lichaam Britse militair aan
EDE - Ron van Veldhuisen liep zondag met een metaaldetector op een afstand van 500 meter van de schaapskooi tegenover juffrouw Tok. Daar vond hij het stoffelijk overschot van een Britse militair. ,,Ik was euforisch toen ik het lichaam vond.” De 55-jarige Edenaar kreeg alle lof, maar kreeg ook een berisping omdat hij in dat gebied niet met een detector mocht zoeken. ,,Door de importantie van de vondst kreeg ik geen boete.”
door Jan de Boer
Van Veldhuisen heeft al jarenlang een zwak voor de luchtlanding op de Edese hei op maandag 18 september 1944. ,,Eerder vond ik al wat gespen van een parachuteharnas en wat hulzen.” Zondag was hij weer met z’n metaaldetector aan de gang. ,,Het was een drukke dag, er waren wel tweehonderd mensen op de hei om te vliegeren of een ijsje te eten. Ik distantieerde me van hen, ging wat dieper de hei op naar een wat maagdelijk terrein waar nog niet veel gezocht was.”
In het begin had de Edenaar een slecht gevoel. ,,Ik vond een paar Juliana stuivers en wat hulzen. Op een gegeven moment kreeg ik een signaal. En ik begon te graven. Op 75 centimeter diepte vond ik een veldfles van een Britse parachutespringer. Toen ik de veldfles uitgroef, vond ik ook twee gespen, die ik relateerde aan een parachutist. Toen sloeg de ‘feaver’ toe. Ik groef en dacht ‘wat een dikke struiken, maar dat waren de eerste botten’. Ik vond ook een millshandgranaat en wat persoonlijke attributen.”
In het gat zag Van Veldhuisen een groen dekseltje. ,,Het leek een helm, het bleek de verkleurde bovenkant van een schedel te zijn.” Hij keek daarna om zich heen of er iemand met een mobieltje in de buurt was. ,,Ik wist meteen dat ik de oorlogsgravenstichting moest bellen, omdat ik met het stoffelijk overschot van een Britse para te maken had. Het vermoeden is dat hij tijdens de landing geraakt is, er lag een morfinespuit bij hem. Misschien is hij gewond achtergelaten. Bij de opgraving leek het dat hij op zijn buik lag.”
Op een gegeven moment werd Ron van Veldhuisen geholpen door een echtpaar, waarvan de man als vrijwilliger is betrokken bij de oorlogsgravendienst. ,,Hij zei ‘dit is uniek, dit komt bijna nooit voor’. Meteen is de oorlogsgravendienst gebeld en is het balletje gaan rollen. We moesten alles zo veel mogelijk in oorspronkelijke staat laten. Het stoffelijke overschot dekten we weer toe. Meteen werden alle overheidsinstanties op de hoogte gesteld.”
Maandagmorgen om tien uur kwam men bij elkaar op de hei. ,,Naarmate de opgraving vorderde, kwamen er meer attributen naar boven. Onder meer een fosforgranaat, delen van zijn onderbenen kwamen met de schoenen nog aan naar boven. Met grote zeven werd op één tand na het gebit teruggevonden. Via oude tandartsfoto’s hoopt men de familie terug te vinden.”
bron: http://www.edestad.nl