Na nog weer eens lang lopen kijken ga ik toch voor deze determinatie:
NIJ.14: (koper) duit.(Passon 74d - PW 1704)
VOORZIJDE: Een tulpkrans met daarin de tekst NOV IMA GVM (of variant) in drie regels. Dit betekent: Nijmegen.
KEERZIJDE: Zittende maagd in een tuin die lijkt op die van het type NIJ.12 maar minder breed, iets hoger achter de zittende maagd loopt een gladde strook als achterzijde van de tuin. De maagd heeft een opgestoken rechterarm als teken van het vertrouwen op de Heer. Met de andere hand houd zij het wapen vast. Dit wapen is het stadswapen van Nijmegen (tweekoppige adelaar met in het borstschild een leeuwtje).
TEKST: .BEA. GNS. C. .DNS. SPS. E. (of variant). Dit is voluit: beata gens cuius Dominus spes eius, en betekent: het is een gelukkig volk wiens hoop de Heer is. De tekst wordt niet onderbroken door het wapen.
Reijnier Hanssen, mmt: knol, komt niet voor op de duiten.
ZJ R2
Bron De Kopergeld Pagina