
Re: determinatie munt aub
OVE.11: (koper) duit.(V.144.6 - PW 7005)
VOORZIJDE: Een tulpkrans met daarin de tekst TRAS ISVLA .NIA. (of variant) in drie regels met daaronder het jaartal.
KEERZIJDE: Gekroond wapen van Overijssel met klauwende leeuw naar links. Op de achtergrond een golvende lijn wat de rivier de IJssel moet voorstellen, langs het wapen loopt een tulpkrans.
Voorschrift: J.P. Soetens22 wist te vermelden dat in augustus 1628 schepenen en raad toestemming verleenden tot het slaan van 7500 Carolus guldens aan duiten. Dit zou een oplage betekenen van ca. 900.000 stuks bij een Carolus gulden van 20 stuiver. Toen generaalmeester Simon van der Meiden te Kampen informeerde naar deze muntslag kreeg hij te horen dat er 7500 pond duiten was aangemunt23. Als dit ponden trooys zijn geweest van 492,168 gram dan betekent dit echter een oplage van ruim 1,6 miljoen stuks.
Net als het vorige type hebben ook enkele van deze typen het Latijnse koppeltekentje in de tekst. De jaartallen 1626, 1629 en 1635 worden door sommige andere catalogi vermeld. Aan deze jaren moet echter sterk getwijfeld worden. Dit zijn mogelijk allen verkeerd geïnterpreteerde exemplaren van 1628 en 1633. Zij komen niet voor in de verzameling van het KPK en komen ook niet voor in grote vondstcomplexen of in de handel. Zie hier een voorbeeld van een duit 1628 die gemakkelijk voor een 1629 gelezen kan worden. Tekst variant B tegengekomen en beschreven op een muntenbeurs. Zie voor een afbeelding van tekst variant H (6 over foute 2 in jaartal) muntkoerier nr.7 uit 1985 blz.50. Tekst variant I is afgebeeld in coinhunter magazine 63 blz.24. Tekst variant J aanwezig in particuliere collectie en staat ook afgebeeld op blz.28 van muntkoerier 3 (1998). Dit type duiten kan voorkomen met de klop Meurs, zie hier een exemplaar.
De 17e eeuwse duiten van Overijssel hadden kennelijk een slechte naam vanwege hun lage gewicht. Blijkens een plakkaat van de stad Leiden van 3 juni 1649 werden de duiten van Overijssel in waarde gehalveerd naar een penning (halve duit)11. De oorden geslagen te Friesland en elders (Zeeland) werden in waarde verlaagd naar een duit. De duiten uit de overige provincies mochten wel voor de volle waarde blijven rouleren. Dit in tegenstelling tot een eerder plakkaat van de stad Leiden waarin alleen maar de Hollandse en West-Friese duiten voor gangbaar waren verklaard12. Een duit met het jaartal 1628 is bekend geworden voorzien van een klop stadspoort. De afbeelding van deze poort met drie torens lijkt zeer sterk op die welke is afgebeeld op de duiten van de stad Kampen, compleet met wapenschildje in de toegang. De reden van deze klop is vooralsnog duister. Het kan mogelijk te maken hebben gehad met de slechte acceptatie van deze Overijsselse duiten halverwege de 17e eeuw (zie plakkaat van de stad Leiden). Kampen heeft ze toen mogelijk laten kloppen om de acceptatie als duit te waarborgen. De klop kan ook veel later zijn ontstaan namelijk rond 1702 toen een nieuw (zwaarder) type duit werd ingevoerd. De klop had dan wederom als doel om de munt als duit in omloop te houden.
Bron:www.duiten.nl