Muntheer: Stad Arnhem
Denominatie: Duit
Slagplaats: Arnem
Datum: z.j. 1596-1598
Materiaal: Koper (Cu)
Massa: Ca. 2 gram bij uitgifte
Diameter: Ø 21 mm.
Muntmeester: Hieronymus Henrickssen 1594-1599
Voorzijde: Zittende (Hollandse) maagd in een tuin.
Het hoofd doorbreekt de binnencirkel, en wijst met haar rechterarm naar boven als teken van het vertrouwen op de Heer.
Aan haar voeten het wapenschild van Arnhem.
SICVT. LILIVM. INTER. SPINAS (of variant).
Wat wil zeggen: Als een lelie tussen de doornen.
Keerzijde: Gekroond wapenschild met ongewapende klauwende leeuw naar links gewend.
Het wapenschild rustend op een kruis, met binnencirkel.
MONE . T . ARNHEM . IN . GELRIA. (of variant).
Voluit: Moneta templi Arnhemensis in Gelriae
Wat wil zeggen: Kerkelijk geld van Arnhem in Gelderland.
De inkomsten uit de 15e eeuwse muntslag werden gebruikt voor het onderhoud van de moederkerk (Sint Eusebius) en de vestingwerken van de stad. De winst die behaald werd met het slaan van de laat 16e eeuwse munten is hier ook geheel of misschien gedeeltelijk voor gebruikt. Dit is af te leiden aan de tekst MONE. T. moneta templi (kerk), en op een ander zeldzaam type aan de afgekorte tekst MO: EC. moneta ecclesiae4. Deze beide teksten betekenen zoiets als Arnhems kerkelijk geld of geld van de kerk van Arnhem (in Gelderland). Ook de hier reeds aangehaalde raadsbesluiten geven voldoende aanwijzingen voor kerkelijke bemoeienis.
Op de duiten van Arnhem komen we een zittende maagd tegen in een gesloten tuin (links). Deze afbeelding is ontleend aan die van de Hollandse oorden en duiten. De tuin wordt op de Arnhemse duiten echter gevormd door doornen takken i.p.v. door een omheining van tenen manden en vlechtwerk.
Voor zij die het boek "Munten van de Gelderse steden en heerlijkheden" van Pannekeet op de boekenplank hebben staan.
De nummers kloppen niet voor deze van Arnhem in het boek tegen de site
http://www.duiten.nlLit: Purmer &van der Wiel 1201; Pannekeet ARN.5.