
Re: zo wat een mooie duitttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttt
Een topper onder de duiten.
Muntheer: Hagemunterij van Reckheim
Denominatie: Duit
Slagplaats: Reckheim
Datum: z.j. Ca. 1665-1673
Materiaal: Koper (Cu)
Massa: Onbekend.
Diameter: Ø 20 mm.
Voorzijde: Imitatie wapenschild van de stad Utrecht.
Versierd en gedamasceerd.
Onder het wapenschild 5 of meer bollen.
Het bladornament in de onderste helft van het wapenschild, is anders dan op de oorspronkelijke munten.
Keerzijde: Binnen een bladerkrans,
links,rechts, onder en bovenaan een rozetvorm.
In drie regels:
FR
AN / .E.G.L
V / RM.
Alsook blijkt boven de bladerkrans, nog iets te staan.
Lit: Purmer & van der Wiel R 51.5; Lucas 502-506; De Mey 236,236a en b; Pannekeet REC.32.
J. de Mey5 en P. Lucas6 delen dit type in bij François Gobert & Ferdinand Gobert d’Aspremont-Lynden (1665-1708). Purmer en v/d Wiel7 delen de duiten van Reckheim alleen in per nagebootste provincie en niet per muntheer. Het is zeer verleidelijk om dit type in te delen bij François Gobert en Ferdinand Gobert vanwege de tekst FRAN EG die op enkele varianten van dit type voorkomt. Dit zou bijvoorbeeld vertaald kunnen worden naar François et Gobert. Het type munt dat is nagebootst deed mij echter sterk twijfelen en ik was geneigd deze munt eerder toe te schrijven aan hun vader Ferdinand (1636-1665) of zelfs hun opa Ernestus (1603-1636). Dit type duit is namelijk een nabootsing van de Utrechtse duiten uit de periode 1619-1637. In 1657 werd te Utrecht een geheel nieuw type duit geïntroduceerd omdat het oude type te veel werd nagebootst en vervalst. Het oude type was dus totaal niet meer populair en gewild en werd te Utrecht na 1657 verboden verklaard. De vervalsingen van het oude type van Utrecht moeten echter na 1657 nog wel geslagen zijn. Er komen namelijk overgang typen voor met een zijde van het oude en de andere zijde van het nieuwe type. Om het oude type nog in de periode na 1665 te gaan nabootsen lijkt niet erg logisch maar aan logica ontbreekt het vaak in de muntslag van Reckheim.
De gebruikte afkortingen op dit type duit zijn zeer moeilijk te interpreteren. Op de munt zijn nooit eerder gebruikte combinaties gebruikt en een duidelijke verklaring is moeilijk te geven. Zelfs de letters op de duiten zijn moeilijk te interpreteren. Zo is de F in FRAN eigenlijk een T met slechts een klein haaltje er aan zodat het ook een F lijkt. De N op het eind is vaak kleiner en lijkt te zijn weggewerkt zo veel mogelijk naar de tulpkrans toe. De G in E.G.LV is soms een echte G en lijkt soms op een C, soms met een centreerpunt van de stempelsnijder er in waardoor het soms ook weer een letter G lijkt. De uitleg die voor de tekst FRAN EG LV RM wordt gegeven is FRAnçois Et Gobert LVcrificus Reckheimensis Moneta. Dit betekent zoiets als winstgevende munt van Reckheim van François en Gobert. Het François et Gobert kan mij echter niet bevredigen. De namen van de beide broers waren François-Gobert en Ferdinand-Gobert. Het lijkt mij niet waarschijnlijk dat de ene broer als François werd aangeduid en de andere als Gobert (zijn 2e naam). Ook de verklaring lucrificus (winstgevend) voor de afkorting LV kan mij niet bevredigen.
Als de munt aan hun vader Ferdinand toegeschreven moet worden dan leveren de letters ook problemen op. De afkorting zou dan uitgelegd kunnen worden als Ferdinandus Romanorum Aspremontis E Cometatis Leodiensis Viosatum Reckheimensis Moneta. Dit betekent dan zoiets als munt van Ferdinand d’Aspremont uit het rooms Duitse graafschap Reckheim (gemaakt te) Visé in het Luikse. Deze verklaring is echter nogal vergezocht, echter de verklaring Leodiensis Viosatum voor de letters LV lijkt mij meer bevredigend dan lucrificus. Een probleem is dat de graaf van Reckheim muntrecht in het nabijgelegen gehucht Weset (nu Veldwezelt) had maar waarschijnlijk niet in het Luikse Wezet (Visé in het Frans en Viosatum in het Latijns). Een mogelijkheid is wel dat hij ze daar in opdracht heeft laten slaan. Er zijn daar namelijk ook Luikse munten geslagen door de bisschoppen van het prinsbisdom Luik. Zoekend naar verklaringen kwam ik op nog een interessante theorie. Als de munt wel uit de periode van de broers François-Gobert en Ferdinand-Gobert stamt dan zou ik voor een andere verklaring kiezen. Na de dood van hun vader Ferdinand in 1666 waren de broers nog minderjarig. Bisschop Frans Egon van Fürstenberg en de abdis van Munsterbilzen werden aangesteld als voogden. Het graafschap werd dus tot hun meerderjarigheid door de voogden bestuurt. Is het toeval dat de letters FRAN EG lijken op de naam van de voogd Frans Egon? De letters LV kunnen dan wederom Leodiensis Viosatum betekenen of mogelijk bestaat er een verband naar het Latijnse luceres of lucerum. Dit betekent oudste der drie tribus respectievelijk een der drie riddercenturiën. De letters RM staan weer voor Reckheimensis moneta. De betekenis wordt dan Reckheimse munt van Frans Egon (geslagen te) Wezet in Luik. Frans Egon had namelijk zeer nauwe banden met het prinsbisdom Luik. Of Reckheimse munt van Frans Egon oudste der drie (riddercenturiën).
Kortom, mogelijkheden genoeg om een betekenis te verzinnen. Ook moet echter in gedachten gehouden worden dat de afkortingen niets hoeven te betekenen maar alleen zo zijn neergezet om de nabootsing zoveel mogelijk op het origineel te laten lijken.
Bron:
http://www.duiten.nl