
Re: Teutoburgerwald vakantie..
Hoi kijk hier eens
http://www.duitslandweb.nl/dossiers/Het ... index.htmlen nog iets
Verdwenen legioen terug
25.000 mensen raken niet zomaar zoek. Zeker niet samen met tig-duizend paarden, ossen, wagens en ander materieel. Gelukkig vond de Britse majoor en amateurarcheoloog Tony Clunn hen terug in 1987. Hij vertelt er vrijdagmiddag over bij Studium Generale.
Het was het jaar negen na Christus. Het zeventiende, achttiende én negentiende Romeins legioen trokken door het Teutoburgerwald. En keerden nooit terug.
Dat er een slag was geweest, wist iedereen. Tacitus schreef erover, zo’n honderd jaar na dato. Germaanse opstandelingen lokten de legioenen in een hinderlaag en slachtten 25.000 mannen, vrouwen en kinderen af. De nederlaag bracht de expansie van het Romeinse rijk tot staan. Maar wáár was dat Teutoburgerwald van Tacitus? En hoe gebeurde het? Honderden theorieën passeerden de de revue en net zo veel slagvelden werden aangewezen. Maar dat hoeft niet meer, dankzij Tony Clunn en zijn trouwe metaaldetector. Clunn schreef erover in zijn boek The Quest for the lost Roman legions.
Het begon in 1987 met de “clear double ringing tone” van Clunns Fisher 1265X metaaldetector. Kalkriese leek hem een goeie plek om te zoeken, zelfs al had de gemeentelijke archeoloog gezegd dat er nauwelijks Romeinse vondsten in zijn gebied waren gedaan. Maar de eigenwijze majoor viste op zijn eerste tocht meteen een zilveren denarius uit de aarde. Een klein stukje verderop nog een. En nog een…
Het was het begin van een verbluffende hoeveelheid vondsten, die nog altijd doorgaat. Een klompje goud, een ceremonieel masker, munitie, gespen, resten van wapens, munten, een houten wal waarachter de Germanen zich verscholen en putten met menselijke resten. Al snel was er geen twijfel meer. Hier had een enórme veldslag plaatsgevonden in het jaar negen. Welke anders dan de beroemde Varusschlacht?
Clunn twijfelt niet. Duitse archeologen twijfelen niet. En, RUG-classicus Sjef Kemper, die Clunn uitnodigde, ook niet. “Als je nu nog twijfelt, dan moet je geschift zijn.”
Clunn woont nu vlakbij Kalkriese en graaft nog steeds. Hij gelooft dat het Romeinse leger vier dagen lang werd opgejaagd, onophoudelijk aangevallen door Germaanse opstandelingen. Hij wil de route achterhalen, want Kalkriese is volgens hem alleen de plek waar het leger zijn last stand maakte. Tacitus beschreef de plek. “Op het veld lagen verblekende beenderen, verspreid waar mensen waren gevlucht. Opgestapeld waar ze waren blijven staan en terug hadden gevochten. Fragmenten van speren en ledematen van paarden lagen daar – en menselijke hoofden…”
grt Bert