Omdat je nog wat extra moeite hebt gedaan.
Nog wat info over Kleef.
Het hertogdom Kleef
De stad Kleef (in Duitsland) behoorde in de middeleeuwen tot het graafschap Kleef, gelegen in het Duitse rijk. Stamvader van de graven van Kleef was Rutger. Zijn nakomelingen worden sedert de 11de eeuw als graven van Kleef vermeld. In 1368 werd Kleef met het graafschap Mark verenigd en in 1417 werd het tot hertogdom verheven. De geschiedenis van de Kleefse graven en hertogen is, mede door familierelaties, nauw verbonden met de historie van de graven en hertogen van Gelre.
In 1423 werd Berg met Gulik verenigd. Gulik dat sinds 1356 reeds een hertogdom was, is in de middeleeuwen nauw verbonden geweest met Gelderland. Twee hertogen van Gulik zijn namelijk ook hertog van Gelderland geweest (Willem van Gulik 1371-1402 en Reinald van Gulik 1402-1423). In 1511 kwamen Gulik en Berg via huwelijk in het bezit van Maria, de vrouw van Johan van Kleef. Berg (niet te verwarren met het Nederlandse gebied van ‘s-Heerenberg) was een graafschap gelegen aan de rechteroever van de Rijn. In 1380 werd dit gebied van graafschap naar hertogdom verheven. Als Johan van Kleef in 1521 hertog van Kleef wordt, verenigd hij de hertogdommen Berg en Gulik met het hertogdom Kleef. Zijn opvolger, Willem V van Kleef (1539-1592), is van 1539-1543 zowel hertog van Kleef als hertog van Gelderland geweest. In Kleef was hij Willem V en in Gelderland Willem II. In 1543 moest hij Gelre echter aan Karel V afstaan. Huissen, de Lijmers, Wehl en Emmerich bleven in Kleefs bezit, evenals Ravenstein, aan de Maas.
Als de laatste hertog van Kleef in 1609 sterft (Johann Wilhelm van Kleef 1592-1609), is er geen mannelijke opvolger. De mannen die de meeste kans maakten om zijn opvolger te worden waren toen Johann Sigismund, keurvorst van Brandenburg en Wolfgang Wilhelm Paltz, graaf van Neuburg. Op 10 juni 1609 sluiten zij in Dortmund een verdrag waarin geregeld wordt dat zij de gebieden van Kleef gezamenlijk zullen besturen. Zij noemen zich "de possidiernde fürsten" (principes possidentes). Deze overeenkomst is echter van korte duur want een steeds op de achtergrond broeiende geloofsstrijd tussen de twee vorsten komt in 1614 tot een uitbarsting. Besloten werd toen om de erfenis in tweeën te delen. Brandenburg krijgt Kleef, Mark, Ravensberg en Ravenstein. Neuburg krijgt Gulik en Berg. Ondanks de onderlinge strijd en de deling blijven zij de gebieden nog tot 1624 samen besturen. In dat jaar wordt de scheiding definitief en wordt in Düsseldorf de scheiding officieel getekend. De graaf van Neuburg krijgt nu ook Ravenstein erbij.
Tot 1701 is het gebied Kleef in handen geweest van de hertogen van Brandenburg, daarna is het gebied samen met Brandenburg opgegaan in het koninkrijk Pruisen. In 1795 kwam Kleef ten westen van de Rijn onder Frans bestuur. In 1815 werd het Pruisisch bestuur hersteld. In 1947 werd Kleef onderdeel van Nordrhein-Westfalen.
De graven en later hertogen van Kleef hebben gedurende de gehele middeleeuwen gemunt. Eind 13e, begin 14e eeuw zijn er o.a. veel imitaties geslagen van de kopjes van Holland. Engelbert van Kleef, een jongere broer van hertog Johann van Kleef, is van 1481-1483 tegenbisschop van Utrecht geweest. Tijdens zijn tegenbisschoppelijke macht zijn er zilveren witpenningen en gouden Sint-Martinusguldens geslagen op naam van de stad Utrecht. Deze munten zijn mogelijk geslagen in een munthuis van het hertogdom Kleef.
Vorsten van het gebied Kleef
Kleef hertogdom:
Johann III van Kleef 1521-1539
Wilhelm V van Kleef 1539-1592
Johann Wilhelm van Kleef 1592-1609.
Kleef onder de possiderende vorsten:
Possiderende vorsten, hertogen van Gulik, Kleef en Berg:
Ernst von Brandenburg en Wolfgang Wilhelm von Pfalz-Neuburg 1609-1624.
Kleef onder de hertogen van Brandenburg:
Georg Wilhelm von Brandenburg, hertog van Kleef 1624-1640.
Friedrich Wilhelm von Brandenburg, hertog van Kleef 1640-1688.
Friedrich II von Brandenburg, hertog van Kleef 1688-1701.
Kleef in het koninkrijk Pruisen:
Friedrich II 1740-1786.
Friedrich Wilhelm II 1786-1797.
Friedrich Wilhelm III 1797-1840.