
Duit z.j. Ca. 1613-1614 Anna van der Marck, Thorn.
Muntheer: Abdis Anna van der Marck 1601-1634
Denominatie: Duit
Slagplaats: Thorn.
Datum: z.j. Ca. 1613-1614
Materiaal: Koper (Cu)
Massa: gewogen gewicht 1,68 gram. 1,80 gram bij uitgifte.
Diameter: Ø 21 mm.
Muntmeester: Hendrik Wijntgens 1613-1617.
Voorzijde: Binnen een tulpenkrans een gekroond wapenschild van Marck
Een uitkomende staande leeuw naar links, boven een geschakeerde faas.
Keerzijde: Een tulpkrans met daarin
IN. / THORE / .CVS. / .
(of variant). Wat wil zeggen: Geslagen te Thorn.
Lit: Purmer en van der Wiel 9602; Lucas 125; Pannekeet THO.8.
Onder Anna van der Marck (1604-1631) werden er in de periode 1613-1614 voor het eerst gigots (duiten) en liards (oorden) geslagen. In tegenstelling tot vele andere zuidelijke kleine munthuizen zoals Reckheim en Gronsveld, sloeg Thorn haar duiten met het eigen wapen en de eigen naam. De liards (oorden) waren naar het voorbeeld van de liards die door de aartshertogen Albertus en Elisabeth werden geslagen. De gigots (duiten) zijn meer van het type zoals deze in de noordelijke Nederlanden werden geslagen. Er zijn duiten bekend met het Friese wapen doch dit zijn hoogst waarschijnlijk (versleten) originele Friese duiten welke slechts aan een zijde opnieuw gemunt zijn met een Thorn's stempel. Mogelijk werd dit uit kostenbesparende overwegingen gedaan. Ook de munten van Anna van der Marck stonden er niet om bekend dat ze van al te beste kwaliteit waren. Regelmatig kwamen er dan ook klachten over deze munten en de Staten van Holland vaardigden meerdere malen verboden uit tegen de hagemunten uit de zuidelijke Nederlanden. Omdat dit weinig effect had probeerden de Staten de muntmeesters aan te pakken die de munten hadden geslagen. Diverse muntmeesters hebben een tijdje gevangen gezeten op beschuldiging dat zij o.a. muntmeester van Thorn waren geweest. In 1614 zou het munthuis van Thorn gesloten zijn na voornamelijk kleingeld van slecht zilver en koperen duiten en oorden te hebben geslagen. De Duitse generaal waardijn Philipp Aldendorff is echter nog in 1617 te Thorn geweest tijdens een rondgang langs de rijksmunten. Na de arrestatie van Hendrik Wijntgens in 1617 schreef de abdis van Thorn nog klaagbrieven naar de munzkreis. Waarschijnlijk is de munt dus nog tot 1617 open geweest, later is er nog sprake van twee andere muntmeesters namelijk Michiel van den Berg/Michel van den Bosch die toestemming kreeg om te Luik duiten te slaan op naam van Thorn. Of deze ook daadwerkelijk zijn geslagen is mij niet bekend. Later is er vermelding van Simon Tempe/Simon Timpen die het muntmeesters gereedschap krijgt overgedragen. Of hij daadwerkelijk iets heeft geslagen is mij niet bekend.
Bron:
http://www.duiten.nl